Al een tijdje vraag ik me af of onze jeugd van tegenwoordig op de middelbare school de oudhollandse spreekwoorden en gezegden nog te leren krijgt. Deze spreekwoorden en gezegden zijn een weerspiegeling van de Nederlandse geschiedenis. Ze slaan op handel en nijverheid van toen, de natuur, de zeevaart en vinden hun oorsprong onder andere in de bijbel; vaak zijn ze een uiting van volkswijsheid en ervaring. En is dat nog wel van toepassing vandaag de dag?

 

Spreekwoordelijk vraagteken

Zelf herinner ik me lijstjes spreekwoorden en gezegden die we moesten leren met een kleine uitleg erbij; ze leken toen al verouderd. En toch merk ik dat ik menigmaal tegen de kinderen een oude tekst tevoorschijn tover om naar mijn gevoel iets duidelijk te maken, waarop een groot vraagteken boven hun hoofd verschijnt en ik vaak langer bezig ben met de uitleg dan wat ik wilde duidelijk maken. Want zijn de gezegdes nog wel te begrijpen? Weet een kind van vandaag de dag nog wat een waard is die zijn gasten niet vertrouwt? En die klomp die telkens breekt, terwijl met die Crocs toch niks mis is? Of is het tijd voor wat vernieuwing?

Heden ten dagen zijn er vele spreekwoorden en gezegden die verbasterd zijn met een andere taal – “piece of cake” uit het Engels en ‘perplex staan’ komt van het Franse perplectere wat letterlijk er doorheen vlechten betekent, het verwijst naar de warboel in je hoofd waarschijnlijk. Of wordt een en plotselinge spreuk ‘balen als een stekker’, “elk voordeel, heb zijn nadeel” (Cruijff) of “in wezen heb ik een stukkie van mijn doel bereikt” (boer Aad, Boer Zoekt Vrouw), ineens veelvuldig gebruikt en neemt de vormen aan van een hedendaags zegswijze. En daarnaast zijn er nog heel wat bloggers die een eigen versie hebben van wat er vandaag de dag om ons heen gebeurt en dat met een vleugje cynisme prachtig weten weer te geven.

Een greepje uit de modern gezegden die ronddwalen op het net:

‘Bij elke nul die achter je staat, groeit jouw waarde in de wereld.’

‘Je hebt pas echt geleerd van je fouten, als je bijbehorende telefoonnummers wist.’

‘Spijt is verstand dat te laat komt.’

‘Wie facebook eert, is twitter niet weerd.’

‘Je moet geen rotte appels met toffe peren vergelijken.’

Foutje bedankt

Daarnaast heeft Jiskefet menig oneerbiedige stukje taal de ether ingestuurd, waarvan ‘Goeiesmorgens’, de netste en nog steeds gebruikt. Ook Van Kooten en De Bie hadden een behoorlijke invloed op hedendaagse Nederlandse taalvondsten; ‘zo stoned als een garnaal’, ‘je bent een echte regelneef’, ‘jemig de pemig’ en ‘geen gezeik, iedereen rijk’, maar echt spreekwoordelijke gezegden kunnen we ze niet noemen. De televisie advertenties zorgen ook voor een overdaad aan taalwonderen die elke Nederlander wel eens heeft herhaald; ‘Foutje, bedankt” (Rijk de Gooijer), “Ik zei nog zo: geen bommetje!” (Peer Mascini) en “Ken Net” (Sonnema). Maar zelfs uitdrukking van televisieseries “ Kopje koffie, glazenwasser” van Henk Spaan en Harry Vermeegen uit de jaren ’80 tot aan kinderprogramma’s als De smurfen: “ Is het nog ver, grote Smurf?” en de welbekende “Oh-Ow” van de vier kleurrijke verzinsels van de BBC vinden hun weerklank in familiegesprekken en vormen daarmee bijna een belangrijkere bron van hedendaagse gezegden en spreekwoorden, al dan niet in een vernieuwend en soms uiterst ordinair jasje.

Van oudsher

Een spreekwoord is tenslotte een kernachtig, soms rijmend volksgezegde. Het zijn zinnen met een diepere betekenis waarin een algemene waarheid of wijze les wordt uitgedrukt. En zo diep gaan de Lullo’s en televisiemakers toch ook weer niet. Een spreekwoord kent vaak twee delen, waarvan het eerste deel de oorzaak is en het tweede deel de conclusie ofwel het gevolg – ‘Na regen komt zonneschijn’, terwijl een gezegde een uitdrukking is van datgene wat over het onderwerp wordt gezegd. Het is een vaste verbinding van woorden met een figuurlijke betekenis die geen werkwoord bevat en dus op zichzelf nooit een zin zal vormen – ‘met hart en ziel’.

Maar hoe worden de verouderde taalcreaties vandaag de dag nog gebruikt? Of raken ze in verval; vormen de samenvoegsels van appen-de medeklinkers, de letterlimiet van Twitter en de auto-correct van onze smartphone de nieuwe bron van taalwondertjes? Het zou toch zonde zijn als we de oude taal laten vervagen, alleen maar televisieprogramma’s en toegevoegde reclame gaan citeren, emoji’s onze emoties vertellen en onze cultuur en daarmee geschiedenis is verval laten gaan? Misschien kunnen we de Nederlandse taalcritici wat nieuwe spreekwoorden laten opstellen als vergelijking met de ouderwetse spreuken? Als een soort uitleg voor de nieuwe generatie:

De beste blogger blogt anoniem                                 De beste stuurlui staan aan wal

Anonieme tweets delen de waarheid                          Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.

Begin de dag met Snapchat                                       Met een schone lei beginnen

Met volle chip betalen                                                Met klinkende munt betalen

Ik supersize mijn supersize fries                               Ik heb honger als een paard

En dan terwijl we naar Spuiten & Slikken kijken, de Ik Hou Van Holland Show downloaden, Netflixen bij de fleet zodat we de komende week weer genoeg nieuwe taalwondertjes kunnen rond twitteren. Dan komt het met de Nederlandse taal van vandaag de dag helemaal goed, al zeg ik het zelf.